Sean Vidrine

"Publiek winnen is voor mij het belangrijkst"

interview door  Ron Janssen,   juni 2003

 

Een concert van Sean Vidrine gaat gepaard met een brok energie, dat uit elkaar spat op het podium. Wat heeft die man een kracht en uitstraling! Deze jonge muzikanten weet het publiek makkelijk voor zich te winnen. Dat komt niet alleen door de aanstekelijke muziek, maar evenveel door zijn beweeglijkheid. Als een macho komt de man het podium op om vervolgens zijn harmonica´s af te beulen. Moeiteloos houdt Vidrine het publiek geboeid tot de laatste toon. Eenmaal achter het podium lijkt Sean een rustige en zelfverzekerde gast, wachtend op een volgend concert waarbij hij zich helemaal mag geven. Relaxed in het zonnetje achter de concerttent van het Cajun en Zydecofestival te Raamsdonksveer heeft de man wel zin in een gesprek.

‘Ik ben van Lake Charles, Louisiana. Als klein kind hoorde ik iedere zaterdagochtend cajun en zydecomuziek. Mijn pa had de gewoonte om zijn weekend te beginnen met een portie muziek, en stemde de radio altijd af op de plaatselijke cajun en zydecozenders. En al die kinderjaren herhaalde dat ritueel zich ieder week. Toen ik dertien was kreeg ik mijn eerste trekharmonica. Nu ben ik 22, en heb al die jaren toegewerkt naar waar ik op het moment ben aanbeland.’

"filmpje"

Sean Vidrine 
op terras van 
de Witte Leeuw 
augustus 2002

 
(Real Player)

 

Ondanks zijn machogedrag op het podium heeft Sean niets op met de strijd die in sommige kringen van de zydecoscene leeft. Nog steeds woedt de strijd naar het koningsschap (ontstaan na de dood van de King of Zydeco, Clifton Chenier), maar anderzijds merk je ook dat de jonge generatie daar steeds vaker een afkeer aan krijgt. Dat strijdbijl moet maar eens begraven worden, want volgens Sean komt het de muziek niet ten goede.

‘Ik zou graag in de toekomst de King of Zydeco genoemd willen worden, maar daar ligt niet mijn ambitie. Ik wil graag muziek maken en zien dat het publiek zich amuseert. Een competitievorm gaat altijd gepaard met meningen van mensen die waarschijnlijk al jaren vastgeroest zitten aan bepaalde denkbeelden en waarden. Het gaat dan vaak ook niet om de sfeer die bepaalde muziek uitstraalt. Het heeft meer met van die kleine pietluttige dingen te maken. Ik pas daarvoor. Ik wil gewoon ongecompliceerd goede muziek spelen, en waar mensen mijn muziek in willen proppen is hun keuze. Ik wil niet een oorlog winnen, waarbij er maar één de winnaar kan zijn. Ik wil veel liever publiek winnen, want die interactie is voor mij het allerbelangrijkst.’

De muziek van Sean Vidrine & Swamp Fyre is niet makkelijk te plaatsen onder de noemers cajun en zydeco. Het heeft wel iets van beiden, al komen ook aardig wat rock´n´roll invloeden om de hoek. De pompende en rollende pianobegeleiding op zijn tweede cd (Sean Vidrine & Swamp Fyre uit 2000) doet vaak denken aan Jerry Lee Lewis. Naast een aantal covers, waaronder een spraakmakende en aanstekelijke versie van Dylan´s Knockin´On Heavens Door, staan er ook een paar eigen composities op de cd.  

            
   Ik schrijf regelmatig eigen songs, maar ik speel ook bestaand materiaal. Het enige verschil is dat ik het niet letterlijk wil kopiëren. Ik wil ouder materiaal in een nieuw jasje steken om het aantrekkelijker te maken voor nieuw publiek. Dat nieuwe jasje moet dan wel toegespitst zijn op mijn eigen stijl. Zo speel ik nummers van Beau Jocque, Steve Riley, Wayne Toups en dergelijke. Het maakt eigenlijk niet uit waar de muziek vandaan komt, het belangrijkste is dat ik er iets van mezelf in kan leggen.’

Dit bewijst Sean met zijn versies van onder andere Allons A Lafayette, Jambalaya en Jolie Blonde. Deze up-tempo cd zal iedereen in beweging krijgen. Maar als je een concert van Vidrine hebt gezien, dan kom je tot de conclusie dat de cd niet meer past bij het huidige beeld. Vidrine werkt momenteel aan een nieuwe, maar de verschijningsdatum is momenteel nog niet bekend.

Louisiana, en met name de Mississippi-delta vormt te bakermat van de populaire muziek. Menig muziekstijl vindt hier zijn oorsprong. Daarnaast lijkt het erop dat uit dit deel van Amerika heel wat veelzijdige muzikanten komen. Niet alleen veelzijdig in de diverse    muzieksoorten, maar tevens veelzijdig op diverse instrumenten.

‘In Lake Charles is het erg gemakkelijk om nieuwe muzikanten aan te trekken. Swamp Fyre is mijn vaste band, maar stel dat ik problemen krijg met één van de muzikanten, dan kan ik zo iemand anders erbij halen. Er lopen heel wat werkloze muzikanten in dat gebied rond. Vaak zijn ze multifunctioneel. Mijn keyboardspeler, speelt ook fiddle, en mijn gitarist kan ook basgitaar spelen. Normaal gesproken kom ik op tournee met mijn band uit Louisiana, maar tijdens deze Europese tour waren ze niet allemaal beschikbaar. Vandaar dat ik momenteel begeleid word door een Engelse band. Dit zijn enkele mensen van Z-Funk, aangevuld met fiddler Jock Tyldesley. Mijn grote vriend Chris Hall komt tevens als gastspeler met zijn éénrijer even om de hoek om iets samen te doen.’

      
        Sean Vidrine met  Bryn Davies en Chris Hall 
             van Zydecomotion, Saulieu 2002

Chris Hall is de conservator van de cajun en zydecoscene in Engeland. Hij is de man achter diverse bands, waaronder de huidige Zydecomotion. Daarnaast is hij impresario voor veel andere bands, en is hij altijd op zoek naar nieuw talent. 

 

Sean Vidrine heeft diverse éénrijers op het podium staan. Bij modulaties wisselt hij onverstoord van harmonica om vervolgens weer op het randje van het podium te imponeren met zijn zeer dynamische act. Tijdens het concert in Raamsdonksveer presteert gastspeler Chris Hall het om tijdens een harmonicaduel op een plastic kinderharmonicaatje een heuse solo te spelen. Vervolgens gooit hij het instrumentje in het publiek. Sean volgt door een aantal cd´s in diverse windrichtingen uit te gooien. Vervolgens pakt hij zijn éénrijer weer vast en valt perfect getimed weer in het lied. 

‘Ik speel op harmonica´s in de stemming C, D en Bes. Een éénrijer is in zekere zin een beperkt instrument qua klankkleur. Door met drie verschillende stemmingen te werken maak je je muziek wat kleurrijker en aantrekkelijker voor het publiek. Een heel concert in dezelfde stemming gaat al gauw vervelen. Ik speel doorgaans enkel op de éénrijers. Heel soms probeer ik iets uit op een drierijer, maar ik wil me zoveel mogelijk beperken tot de éénrijers. Ik speel meestal op het merk La Louisiane, omdat de klank van deze instrumenten me het meest bevalt. Normaal gesproken hebben de éénrijers tien knoppen, maar ik gebruik tegenwoordig kastjes met negen knoppen. De diepte tonen, onder de eerste knop, zijn eruit gelaten omdat ik die eigenlijk niet gebruik. Daardoor worden de instrumenten wat kompacten en lichter.’